ECLI:NL:RBDHA:2021:5592
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de comparitie van partijen op 18 maart 2021 leidde in een civiele procedure. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was vanwege het weigeren van uitstel, het niet uitspreken van een visie, het niet ingaan op bewijzen en overtreding van coronaregels.
Het wrakingsverzoek werd pas twee weken na de comparitie ingediend, wat volgens de wrakingskamer te laat was. Verzoeker kon het verzoek kort na de zitting indienen en voerde geen bijzondere omstandigheden aan die het tijdsverloop konden rechtvaardigen.
Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer overwoog dat zelfs bij inhoudelijke beoordeling het verzoek ongegrond zou zijn geweest, aangezien de genoemde punten geen grond voor wraking vormen.
De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard; de procedure wordt voortgezet.