ECLI:NL:RBDHA:2021:5576
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op Wob-verzoek en geheimhouding opheffen
Eiser heeft een Wob-verzoek ingediend over initiatieven voor logiesgebouwen voor arbeidsmigranten, waarbij ook een verzoek tot opheffing van opgelegde geheimhouding is gedaan. Verweerder heeft op het Wob-verzoek beslist, maar niet tijdig op het verzoek tot opheffing van geheimhouding, wat leidde tot een beroep van eiser.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op het verzoek tot opheffing van geheimhouding voor onderdeel f. Tevens is verweerder tekortgeschoten in het doorzenden van het verzoek en ingebrekestelling aan de raad, die bevoegd is tot opheffing van geheimhouding voor onderdeel h, waardoor ook daarop niet tijdig is beslist.
De rechtbank draagt verweerder op om binnen vier weken een besluit te nemen over onderdeel f en binnen zeven weken de raad te laten beslissen over onderdeel h, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €15.000 per onderdeel. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen gestelde termijnen alsnog besluiten te nemen met dwangsommen bij overschrijding.