De rechtbank Den Haag heeft op 14 mei 2021 besloten tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor de duur van twaalf maanden en machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader voor zes maanden. Dit besluit volgt op verzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie.
De kinderen verblijven feitelijk bij de vader, die samen met de moeder het ouderlijk gezag heeft. De moeder kampt met psychiatrische problematiek en de relatie tussen de ouders is fors problematisch, wat leidt tot een onveilige opvoedsituatie. Ondanks inzet van hulpverlening in het vrijwillig kader is geen verbetering opgetreden.
Er is een zedenonderzoek naar de vader geweest wegens verdenking van seksueel misbruik van de halfzus van de kinderen, maar dit is geseponeerd. Toch blijft toezicht bij de vader noodzakelijk vanwege deze verdenking en de relationele problematiek. De kinderen worden onder toezicht van het netwerk bij de vader geplaatst om hun veiligheid en stabiliteit te waarborgen.
De moeder stemde in met de ondertoezichtstelling maar verzette zich tegen de volledige machtiging tot uithuisplaatsing. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn vervuld en wijst het verzoek toe. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.