ECLI:NL:RBDHA:2021:5468
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser, een Marokkaanse asielzoeker, diende op 23 januari 2021 een asielaanvraag in. Vanwege twijfel over zijn leeftijd werd hem een leeftijdsonderzoek aangeboden, waarvoor hij op 25 januari 2021 toestemming gaf. Echter, op 10 maart 2021 vertrok eiser met onbekende bestemming, zonder mededeling aan de autoriteiten of zijn gemachtigde. Hierdoor werd aangenomen dat hij niet meer meewerkte aan het onderzoek en werd zijn meerderjarigheid aangenomen, waardoor hij niet in aanmerking kwam voor het beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
De staatssecretaris stelde de asielaanvraag buiten behandeling en legde een inreisverbod van twee jaar op. Eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting en gaven geen reactie op het voornemen. De gemachtigde voerde aan dat het besluit onterecht was vanwege het ontbreken van onderzoek naar verblijf en minderjarigheid, en dat het inreisverbod onterecht was omdat geen risico op onttrekking aan toezicht kon worden vastgesteld.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin is bepaald dat vertrek met onbekende bestemming impliceert dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij contact met gemachtigde wordt onderhouden. Nu eiser noch zijn gemachtigde heeft laten blijken dat hij nog in Nederland verblijft of contact onderhoudt, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt.