ECLI:NL:RBDHA:2021:5275

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2021
Publicatiedatum
25 mei 2021
Zaaknummer
AWB 19/10124
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij visum kort verblijf

Eiser, een Syrische staatsburger, diende op 28 augustus 2019 een aanvraag in voor een visum kort verblijf om zijn zoon in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk vanwege een niet-ondertekend bezwaarschrift, ondanks herstelverzuim.

Eiser stelde dat zijn gemachtigde het herstelverzuim niet had ontvangen. De rechtbank stelde echter vast dat het centrale vraagstuk was of eiser nog procesbelang had bij de inhoudelijke behandeling van het beroep. Procesbelang vereist dat het doel van de procedure kan worden bereikt en van feitelijke betekenis is.

De rechtbank oordeelde dat door de coronapandemie en de geldende entry ban voor niet-essentiële reizen naar de EU eiser het beoogde doel, het verkrijgen van een visum en reizen naar Nederland, momenteel niet kan bereiken. Tevens is onzeker wanneer de maatregelen worden opgeheven.

De rechtbank nam ook kennis van de zorgen van de zoon van eiser over mogelijke negatieve gevolgen voor toekomstige aanvragen, maar stelde dat een nieuwe aanvraag op eigen merites zal worden beoordeeld zonder dat de huidige afwijzing daarin wordt betrokken.

Daarom ontbrak het procesbelang en verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door de coronamaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/10124

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2021 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: [zoon] ),
en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W. Griffioen).

Procesverloop

In het besluit van 5 september 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een visum voor kort verblijf afgewezen.
In het besluit van 5 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden per Skypeverbinding op 16 maart 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1964 en heeft de Syrische nationaliteit. Op
28 augustus 2019 heeft hij een aanvraag voor een visum kort verblijf gedaan om zijn zoon, [zoon] , te bezoeken.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat, ondanks dat er herstelverzuim is geboden, het bezwaarschrift niet is ondertekend.
3. Eiser kan zich met het bestreden besluit niet verenigen en voert aan dat zijn gemachtigde het herstelverzuim nooit heeft ontvangen. Gemachtigde heeft alleen de bevestiging van het ontvangst van het bezwaarschrift ontvangen.
4. Wat er ook van het verzuim van het bezwaarschrift zij, de rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij de inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
5. Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de belanghebbende voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de belanghebbende van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft een belanghebbende die opkomt tegen een besluit, belang bij een beoordeling van zijn beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt. [1]
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen procesbelang meer bij de inhoudelijke behandeling van zijn beroep omdat hij het voor hem beoogde doel, een visum kort verblijf voor Nederland, niet kan behalen. Ter zitting is besproken dat het voor eiser vanwege de maatregelen rondom de coronapandemie niet mogelijk is om naar Nederland te reizen. Op dit moment geldt namelijk een ‘entry ban’ voor niet-essentiële reizen naar de Europese Unie. Daarnaast is het op dit moment nog onzeker hoe lang de coronapandemie zal voortduren en wanneer de maatregelen zullen worden opgeheven.
7. De zoon van eiser heeft aangegeven zich zorgen te maken dat deze afwijzing van het visum kort verblijf van zijn vader van invloed zal zijn op een volgende aanvraag. Ter zitting is met partijen besproken dat het eiser vrij staat om een nieuwe aanvraag in te dienen, die op zijn eigen merites zal worden beoordeeld. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de huidige afwijzing niet wordt meegenomen in de boordeling van een volgende visumaanvraag van eiser omdat deze verder niet inhoudelijk is behandeld.
8. Gelet op het voorgaande heeft eiser geen procesbelang bij de beoordeling van dit beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van
mr. F.E.J. Valk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3415.