ECLI:NL:RBDHA:2021:5250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken risicogroep en onvoldoende onderbouwing medische en discriminatieclaims
Eiser, van Libische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere asielvergunning was ingetrokken. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 30b, eerste lid, onder g. Eiser stelde dat hij vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn militaire diensttijd, etniciteit en werkzaamheden, een reëel risico loopt bij terugkeer naar Libië.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot de risicogroepen zoals omschreven in de Vreemdelingencirculaire 2000. Zijn stelling dat hij als Gaddafi-loyalist wordt gezien werd niet gevolgd, mede omdat hij slechts kort als dienstplichtige heeft gediend en zijn stam niet bekend staat als loyaal aan het regime. Ook de discriminatie op grond van zijn Berberse etniciteit werd onvoldoende onderbouwd om een risico in de zin van artikel 3 EVRM Pro aan te nemen.
Verder stelde eiser dat zijn medische situatie onvoldoende is meegewogen en dat het inreisverbod leidt tot een medische noodsituatie. De rechtbank achtte dit niet aannemelijk en verwierp het beroep. Tevens werd geoordeeld dat verweerder bij een opvolgende aanvraag niet ambtshalve hoeft te toetsen op verblijfsvergunning of uitstel van vertrek op medische gronden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.