ECLI:NL:RBDHA:2021:5191
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in kamertrainingscentrum
De zaak betreft een verzoek van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2003, in een kamertrainingscentrum (KTC). De minderjarige verblijft sinds 3 mei 2021 feitelijk al in het KTC. De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De moeder kampt met oplopende schulden, waardoor het risico bestaat dat het gezin hun woning verliest.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 augustus 2020 reeds de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd. Het verzoek tot uithuisplaatsing is gemotiveerd met de noodzaak om de minderjarige een stabiele en veilige woonomgeving te bieden en haar toe te rusten voor zelfstandig wonen. De minderjarige is gemotiveerd voor deze plaatsing en krijgt goede begeleiding in het KTC.
Tijdens de zitting op 6 mei 2021, die met gesloten deuren plaatsvond, is de minderjarige in raadkamer gehoord. De vader was opgeroepen maar niet verschenen. De moeder stemde in met het verzoek en gaf aan haar eigen problemen grotendeels op orde te hebben. De jeugdbeschermer gaf aan trots te zijn op de positieve ontwikkeling van de minderjarige.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn, mede gelet op de positieve ontwikkeling en het benutten van de hulp door de minderjarige. De beschikking machtigt de Stichting Jeugdbescherming om de minderjarige vanaf 6 mei 2021 tot haar achttiende verjaardag dag en nacht uit huis te plaatsen in het KTC. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en mondeling uitgesproken op 6 mei 2021.
Uitkomst: De kinderrechter machtigt de uithuisplaatsing van de minderjarige in een kamertrainingscentrum tot haar meerderjarigheid.