ECLI:NL:RBDHA:2021:5007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging voor rechtsbijstand bij civiele procedure bedrijfsmatig handelen
Eiser heeft juridische werkzaamheden verricht voor een derde en wil een civiele procedure starten wegens betalingsgeschil. Hiervoor vroeg hij een toevoeging aan voor rechtsbijstand, die door verweerder werd afgewezen omdat eiser geen financiële stukken overlegde om het voortbestaan van zijn bedrijf aan te tonen.
Eiser stelde dat zijn bedrijf inmiddels is opgeheven en dat het voortbestaan door de kwestie werd bedreigd, en verwees naar eerdere vergelijkbare zaken en uitspraken. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht artikel 12 lid 2 sub e van Pro de Wet op de rechtsbijstand toepaste, waarin staat dat rechtsbijstand bij bedrijfsmatig handelen alleen wordt verleend als voortzetting van het bedrijf afhankelijk is van de rechtsbijstand.
Omdat eiser de gevraagde financiële informatie niet verstrekte, kon geen inhoudelijke beoordeling plaatsvinden. Het beroep op het recht op toegang tot de rechter faalde, mede gelet op jurisprudentie van de Raad van State. De overige beroepsgronden faalden eveneens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een redelijk uurtarief voor verletkosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.