Eiser, een Somalische nationaliteit dragende man van de Reer Hamar-stam, diende in maart 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde dat Al-Shabaab in 2015 heeft geprobeerd hem te rekruteren en dat hij bij terugkeer in Mogadishu nog steeds gevaar loopt vanwege deze groepering. Tevens voerde hij discriminatie aan vanwege zijn stam.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de rekruteringspoging en het actuele risico ongeloofwaardig achtte. Daarnaast vond hij de discriminatie onvoldoende zwaarwegend en wees hij de aanvraag voor een buiten schuld-vergunning af omdat eiser ouder was dan vijftien jaar bij aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de dreiging van Al-Shabaab destijds niet kon inschatten. Ook was het actuele risico op gedwongen rekrutering in Mogadishu onvoldoende onderbouwd, ondanks het feit dat Al-Shabaab nog aanslagen pleegt. De discriminatie en kwetsbare positie werden niet als zwaarwegend genoeg beoordeeld.
Ten slotte verwierp de rechtbank het beroep op het buiten schuld-beleid voor minderjarigen ouder dan vijftien jaar, mede vanwege lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag definitief afgewezen.