ECLI:NL:RBDHA:2021:497
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskosten na intrekking voorlopige voorziening bij overdracht vreemdelingen
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen hun voorgenomen overdracht aan Duitse autoriteiten en een voorlopige voorziening gevraagd om deze overdracht te voorkomen totdat op hun asielaanvraag was beslist.
De overdracht was echter al geannuleerd op het moment van het verzoek, maar verzoekers waren hiervan nog niet op de hoogte. Vervolgens hebben zij hun verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van tegemoetkoming door het bestuursorgaan, omdat verzoekers eerder ingediende voorlopige voorzieningen zelf hadden ingetrokken, waardoor de overdracht kon plaatsvinden.
Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verzoekers zelf de overdracht hebben doen voortgaan door intrekking van eerdere rechtsmiddelen.