ECLI:NL:RBDHA:2021:4844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tienjarig inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde door drugsdelicten
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, kreeg een tienjarig inreisverbod opgelegd vanwege een veroordeling voor zware opiumdelicten, waaronder medeplegen van invoer van cocaïne en het voorhanden hebben van drugs. De rechtbank toetste of het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt stelde dat eiser een ernstige bedreiging vormt, mede gelet op de aard en ernst van het gepleegde delict en het ontbreken van aanwijzingen voor gedragsverandering. Het ontbreken van een reclasseringsrapport en het feit dat eiser sinds de veroordeling in detentie verbleef, deden hier niet aan af.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat hij een actuele bedreiging vormde, dat hij een blanco strafblad had en dat het opleggen van het inreisverbod schade toebracht aan zijn economische belangen. De rechtbank verwierp deze gronden wegens onvoldoende onderbouwing en concludeerde dat het inreisverbod rechtmatig is opgelegd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening, die de uitzetting zou verbieden, werd afgewezen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter te Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het tienjarig inreisverbod ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.