ECLI:NL:RBDHA:2021:4843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning familie- of gezinslid en afwijzing wijziging naar niet-tijdelijke humanitaire gronden
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg haar verblijfsvergunning als familie- of gezinslid ingetrokken met terugwerkende kracht, nadat haar relatie met de referent was verbroken. Zij verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden, stellende slachtoffer te zijn van huiselijk geweld en achtergelaten te zijn in Marokko.
Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat huiselijk geweld had geleid tot de verbreking van de relatie. De rechtbank oordeelt dat eiseres weliswaar tegen haar wil in Marokko is achtergelaten, maar dat dit niet automatisch het bewijs vormt voor huiselijk geweld. De overgelegde stukken zijn onvoldoende objectief en verifieerbaar om het huiselijk geweld aannemelijk te maken.
De rechtbank constateert echter dat verweerder bij de beoordeling geen rekening heeft gehouden met de achterlating in Marokko, wat een motiveringsgebrek oplevert. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.