ECLI:NL:RBDHA:2021:4810
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling wegens niet voldoen aan voorwaarde geboorte tijdens asielprocedure
Eisers, bestaande uit een moeder en haar twee kinderen, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De aanvraag werd afgewezen omdat de hoofdpersoon niet voldeed aan voorwaarde b, die vereist dat het kind geboren moet zijn tijdens de asielprocedure van de ouder en voor het einde daarvan.
De moeder had in 2009 een asielaanvraag ingediend die werd afgewezen, en de hoofdpersoon is geboren na het einde van deze procedure. Eisers betoogden dat de afwijzing niet rechtsgeldig was uitgereikt en dat de hoofdpersoon daarom als geboren tijdens de asielprocedure moest worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was uitgereikt en dat verweerder de beleidsvrijheid had om voorwaarde b aldus uit te leggen.
Eisers voerden ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro, maar de rechtbank verwierp deze gronden. De rechtbank vond dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van de beleidsregel rechtvaardigden.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat verweerder terecht het mvv-vereiste heeft toegepast en de aanvraag heeft afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling wordt ongegrond verklaard.