ECLI:NL:RBDHA:2021:4699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering aansprakelijkheid voor kosten werkzaamheden woning wegens ontbreken overeenkomst en gewone huishouding
Eiser vordert betaling van een restantbedrag voor werkzaamheden aan een woning, stellende dat gedaagde mede aansprakelijk is op grond van een overeenkomst en artikel 1:85 BW Pro. Gedaagde betwist het bestaan van een overeenkomst en dat de kosten ten behoeve van de gewone gang van huishouding zijn.
De rechtbank beoordeelt eerst of er een overeenkomst tussen eiser en gedaagde tot stand is gekomen. Eiser heeft onvoldoende gesteld en bewezen dat gedaagde het aanbod heeft ontvangen en aanvaard. De offerte is alleen aan de overleden ex-partner van gedaagde gestuurd en gedaagde heeft niet meegetekend.
Vervolgens wordt beoordeeld of gedaagde op grond van artikel 1:85 BW Pro aansprakelijk is. Hoewel partijen gehuwd waren tijdens het aangaan van de verbintenis, is onvoldoende onderbouwd dat de kosten een uitgave voor de gewone gang van huishouding betreffen. Het gaat om een incidentele, relatief hoge uitgave, waarvoor eiser geen nadere feiten heeft aangevoerd.
Daarom wordt de vordering afgewezen en eiser veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. De buitengerechtelijke en juridische kosten worden eveneens afgewezen.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens ontbreken van overeenkomst en geen aansprakelijkheid op grond van art. 1:85 BW.