ECLI:NL:RBDHA:2021:4693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens motiveringsgebrek en beoordeling geloofwaardigheid
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 15 oktober 2019 een asielaanvraag in met het betoog dat hij vanwege deelname aan demonstraties onterecht door een militaire rechtbank in Algerije tot zeven jaar gevangenisstraf was veroordeeld. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat Algerije een veilig land van herkomst is en dat eiser zijn problemen met de autoriteiten niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder een motiveringsgebrek heeft begaan door niet aan de hand van de verklaringen van eiser te toetsen of diens identiteit aannemelijk is. Dit leidt tot vernietiging van het bestreden besluit. Echter, de rechtbank volgt verweerder in het oordeel dat de gestelde problemen met de Algerijnse autoriteiten ongeloofwaardig zijn, onder meer vanwege inconsistenties in het vonnis, onduidelijkheden over de aard van de straf en het ontbreken van persoonlijke vervolging.
De rechtbank benadrukt dat Algerije als veilig land van herkomst wordt beschouwd, met een rechtsvermoeden dat vreemdelingen uit Algerije geen internationale bescherming behoeven. Eiser slaagt er niet in dit te weerleggen. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege ongeloofwaardigheid van de gestelde vervolging.