ECLI:NL:RBDHA:2021:4645
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WW-uitkering na beëindiging dienstverband en eigenrisicodragerschap
Stichting Hoger Onderwijs Nederland (eiseres), als eigenrisicodrager, betwistte het besluit van het UWV (verweerder) tot toekenning van een WW-uitkering aan een werknemer na beëindiging van diens dienstverband per 31 december 2019. Eiseres voerde aan dat het dienstverband bij een andere werkgever, Stichting Traverse Groep, zou zijn beëindigd en dat verweerder onvoldoende onderbouwing had geleverd voor de toekenning en de hoogte van het dagloon.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat het dienstverband bij Stichting Traverse Groep voortduurde en dat de WW-uitkering terecht was toegekend op basis van het dienstverband bij eiseres. De stellingen van eiseres over onvoldoende specificatie van het dagloon, het ontbreken van een besluit over gemiddeld aantal arbeidsuren en onvolledigheid van het hoorzittingsverslag werden verworpen.
Het beroep werd als ongegrond verklaard. Verweerder handhaafde het besluit en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend aan eiseres. Ook het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot toekenning van een WW-uitkering is ongegrond verklaard.