ECLI:NL:RBDHA:2021:4574
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verstrekking koosjere voeding aan gedetineerde
Een gedetineerde, veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, vordert in kort geding dat de Staat hem gedurende zijn detentie koosjere voeding verstrekt. Hij baseert zijn vordering op onrechtmatig handelen door de Staat wegens weigering van deze voeding.
De voorzieningenrechter overweegt dat de bestuursrechtelijke weg via beklag en RSJ in beginsel passend is, maar gezien de spoedeisendheid en de lopende procedure toch inhoudelijk oordeelt. De weigering tot verstrekking van koosjere maaltijden is in lijn met het geldende beleid en het advies van de joodse rabbijn, die na gesprekken met de gedetineerde negatief adviseerde omdat deze niet voldoet aan de religieuze criteria.
De rechtbank oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig handelt en wijst de vordering af. De gedetineerde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verstrekking van koosjere voeding aan de gedetineerde wordt afgewezen.