ECLI:NL:RBDHA:2021:4296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en ongegrondverklaring bezwaar vreemdeling
Eiser werd bij een besluit van 20 december 2019 een bevel tot onmiddellijke terugkeer naar Letland opgelegd. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser tegen dit terugkeerbevel niet-ontvankelijk, omdat eiser op 16 februari 2020 was uitgezet en het bevel daarmee was uitgevoerd.
Eiser betwistte het ontbreken van procesbelang en verwees naar artikel 62a, derde lid van de Vreemdelingenwet 2000, dat een verplichting voor verweerder inhoudt om een terugkeerbesluit uit te vaardigen bij niet-naleving van het terugkeerbevel. De rechtbank volgde eiser hierin en verklaarde het beroep gegrond, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd.
Subsidiair oordeelde de rechtbank dat eiser niet rechtmatig in Nederland verbleef, ondanks zijn stelling dat hij een BSN-nummer had en had kunnen werken. Verweerder stelde dat het BSN-nummer per vergissing was uitgegeven en dat eiser geen visum had om Nederland binnen te reizen. De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift ongegrond en veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.068,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar ongegrond verklaard.