Op 5 januari 2020 heeft de toen zestienjarige verdachte samen met een ander een scooter gestolen in Den Haag, waarbij het slachtoffer meerdere malen werd geslagen en stompen toegediend, waardoor hij viel. De verdachte heeft zijn betrokkenheid bekend en is strafbaar bevonden voor diefstal met geweld in vereniging.
Tijdens de zitting op 25 februari 2021 heeft de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen verklaard. De officier van justitie eiste 90 dagen jeugddetentie, waarvan 28 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, coaching en dagbesteding. De verdediging stemde in met de voorwaarden en benadrukte de positieve ontwikkeling van de verdachte.
De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming mee. De verdachte heeft een oppositionele-opstandige stoornis en een sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand, wat zijn gedragskeuzes beïnvloedde. De rechtbank legde een deels voorwaardelijke jeugddetentie op om de positieve ontwikkeling te ondersteunen en recidive te voorkomen.
De verdachte moet zich houden aan algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder medewerking aan jeugdreclassering en coaching. De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt in mindering gebracht. Het vonnis is uitgesproken door drie kinderrechters, waarbij één rechter niet medeondertekende.