ECLI:NL:RBDHA:2021:4159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Eritrese vrouw geboren in 2000, diende op 18 november 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zweden volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit was vastgesteld na onderzoek waaruit bleek dat eiseres een verblijfsvergunning in Zweden heeft vanwege familiebanden.
Eiseres voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het ontbreken van het rapport van gehoor, het prematuur nemen van het besluit terwijl een aanvraag tot uitstel van vertrek nog in behandeling was, en het niet meenemen van haar zwangerschap en relatie met de biologische vader van haar kind in de beoordeling. Ook stelde zij dat zij terecht bescherming zoekt in Nederland vanwege vrees voor mishandeling in Zweden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat Zweden verantwoordelijk is en dat de omstandigheden van eiseres, zoals zwangerschap en relatie, onvoldoende zijn om Nederland als behandelend land aan te wijzen. Het ontbreken van het rapport van gehoor en de vrees voor terugkeer naar Zweden zijn onvoldoende onderbouwd om het besluit te wijzigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.