ECLI:NL:RBDHA:2021:4113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag moeder Syrische nationaliteit wegens ontbreken bijzondere afhankelijkheid
Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1958, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld. De rechtbank vernietigde eerder een besluit vanwege onvoldoende onderzoek naar de bijzondere emotionele banden ('more than the normal emotional ties') tussen eiseres en haar zoon.
Na nadere schriftelijke beantwoording van vragen door de zoon oordeelde de staatssecretaris opnieuw dat onvoldoende bijzondere afhankelijkheid bestond. De rechtbank bevestigt dit oordeel. Er is geen bewijs dat de moeder exclusief afhankelijk is van haar zoon, mede omdat zij ook andere familieleden heeft en niet in een noodsituatie verkeert. De verklaringen tonen een normale ouder-kind relatie zonder bijzondere emotionele of materiële afhankelijkheid.
De rechtbank overweegt dat de moeder niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro dat verder gaat dan normale emotionele banden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en informeert over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bijzondere afhankelijkheid.