ECLI:NL:RBDHA:2021:4094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet-ontheffing inburgeringsplicht en artikel 8 EVRM
Eiseres, een Marokkaanse vrouw van 56 jaar, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de inburgeringsplicht en geen ontheffing werd verleend. Eiseres slaagde niet voor het basisexamen inburgering en voerde bijzondere omstandigheden aan, zoals haar leeftijd, analfabetisme en medische problemen, die ontheffing zouden rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid kon besluiten geen ontheffing te verlenen, mede omdat de medische verklaring niet voldeed aan de vereisten en er studiemateriaal beschikbaar is voor analfabeten. Ook waren de inspanningen van eiseres onvoldoende onderbouwd. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro leidde niet tot een ander oordeel; de zorgbehoefte van de echtgenoot en zijn leeftijd rechtvaardigden geen afwijking van het beleid.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Verweerder had terecht het bezwaar ongegrond verklaard zonder hoorzitting, omdat op voorhand duidelijk was dat eiseres niet aan de voorwaarden voldeed. Het verzoek om griffierechtvrijstelling werd afgewezen, waarna eiseres het griffierecht betaalde.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.