ECLI:NL:RBDHA:2021:404
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens verblijfsvergunning in Duitsland
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 23 september 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser reeds een verblijfsvergunning en subsidiaire bescherming in Duitsland had ontvangen. Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen adequate huisvesting en medische zorg had en vreest een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van de informatie van de Duitse autoriteiten dat eiser internationale bescherming geniet. Een verlopen verblijfsdocument betekent niet automatisch het einde van deze bescherming. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om aan te tonen dat de Duitse autoriteiten hun verplichtingen niet nakomen of dat hij bij terugkeer in een onmenselijke situatie terechtkomt.
Daarbij is het aan eiser om klachten over de situatie in Duitsland bij de Duitse autoriteiten aan te kaarten, wat hij niet heeft gedaan. De rechtbank verklaart daarom het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.