ECLI:NL:RBDHA:2021:3981
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling bevestigd
Eiser, voormalig orderpicker, ontving sinds 2012 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2018 vroeg het UWV een herbeoordeling aan, wat leidde tot het besluit de uitkering per 9 april 2019 te beëindigen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Eiser voerde aan dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name voor hand- en armbelastende werkzaamheden en sociaal functioneren. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen, die alle klachten en medische informatie betrokken bij hun beoordeling.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) had meer beperkingen opgenomen dan de primaire arts, maar vond geen aanleiding voor verdere beperkingen op concentratie en geheugen. De rechtbank vond geen reden om aan de juistheid van deze beoordeling te twijfelen, mede omdat eiser geen aanvullende medische informatie aanleverde.
Ook de arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd binnen de belastbaarheid van eiser. De rechtbank concludeerde dat de beëindiging van de uitkering op goede gronden berustte en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 9 april 2019.