ECLI:NL:RBDHA:2021:3945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, diende op 16 december 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder besloot deze aanvraag niet te behandelen omdat Luxemburg volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Luxemburg gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser stelde dat hij het voornemen te laat ontving door een adreswijziging die niet was doorgegeven aan zijn gemachtigde, en dat Luxemburg zijn asielaanvraag heeft afgewezen en hem wil terugsturen naar Italië waar hij zonder opvang verbleef. Tevens voerde hij aan dat terugkeer naar Gambia risico’s op schending van artikel 3 EVRM Pro met zich meebrengt en dat de overdracht niet toegestaan is vanwege de coronapandemie.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen rechtsgeldig aan de gemachtigde is verzonden en dat het niet ontvangen daarvan niet aan verweerder te wijten is. Luxemburg heeft garanties gegeven dat de asielaanvraag inhoudelijk wordt behandeld en dat geen sprake is van indirect refoulement. De coronapandemie vormt slechts een tijdelijk feitelijk beletsel en maakt de vaststelling van Luxemburg als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.