ECLI:NL:RBDHA:2021:3926

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2021
Publicatiedatum
19 april 2021
Zaaknummer
C/09/608959 / JE RK 21-559
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 8 EG-Verordening 2201/2003Art. 15 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige inzake bankrekening en internetbankieren

De Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden verzocht de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen voor een minderjarige die in een logeerhuis woont en onder toezicht staat. De reden was dat de ouders onvoldoende medewerking verleenden aan het openen van een bankrekening en het regelen van internetbankieren, wat noodzakelijk is voor de financiële zelfstandigheid van de minderjarige.

De rechtbank stelde vast dat zij rechtsmacht heeft op grond van Brussel IIbis-verordening en dat Nederlands recht van toepassing is volgens het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Op basis van artikel 1:250 BW Pro kan een bijzondere curator worden benoemd wanneer belangen van ouders conflicteren met die van de minderjarige.

De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de minderjarige is om een bankrekening te openen en internetbankieren te regelen om haar voor te bereiden op meerderjarigheid en zelfstandigheid. Omdat de ouders niet meewerkten, werd ambtshalve een bijzondere curator benoemd. Deze curator krijgt de opdracht om contact te onderhouden met de bank, de minderjarige en haar begeleiders en binnen tien weken verslag uit te brengen aan de rechtbank en betrokken partijen. De behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot 16 juni 2021.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator om de minderjarige te vertegenwoordigen bij het openen van een bankrekening en het regelen van internetbankieren.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: JE RK 21-559
Zaaknummer: C/09/608959
Datum beschikking: 24 maart 2021

Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW Pro

Beschikking in het kader van het op 12 maart 2021 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] (Italië),
hierna te noemen: [minderjarige] .
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vrouw]

hierna te noemen: de moeder,
wonende op een voor de rechtbank onbekende woon- of verblijfsplaats in Italië,
en

[de man]

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats]

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift met bijlagen.
De kinderrechter heeft de zaak op 24 maart 2021 met gesloten deuren behandeld. Daarbij is verschenen:
- [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling.
Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zijn de vader en de moeder niet verschenen ter zitting. Zij hebben zich afgemeld voor de zitting bij de jeugdbeschermer.
[minderjarige] heeft haar mening kenbaar gemaakt bij de jeugdbeschermer. De jeugdbeschermer heeft dit ter zitting kort en zakelijk weergegeven.

Feiten

  • Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, wordt het ouderlijk gezag over [minderjarige] uitgeoefend door beide ouders.
  • [minderjarige] woont in een logeerhuis van Stichting Jeugdformaat.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 februari 2020 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 10 februari 2021 tot 10 februari 2022, alsmede voor dezelfde duur de verleende machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpverlener.

Verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de rechtbank een bijzondere curator aan te stellen, primair op grond van haar positie als belanghebbende en subsidiair op basis van de ambtshalve bevoegdheid van de rechtbank. De financiële opvoeding van [minderjarige] krijgt onvoldoende tot geen aandacht en dit werkt door in de relatie tussen [minderjarige] en de vader. Het is noodzakelijk voor [minderjarige] om los van haar vader en haar moeder een bankrekening en internetbankieren te openen en te beschikken over een eigen pinpas, zodat zij zelf kan oefenen met het afhandelen van haar financiële zaken en ook daarin wordt voorbereid op meerderjarigheid en zelfstandigheid. Ook met het oog op het hebben van een bijbaan is het hebben van een rekening op naam belangrijk. De bijzondere curator kan namens [minderjarige] de bankrekening openen bij de bank en tijdelijk contact onderhouden met de bank en [minderjarige] en de groepsbegeleiding van Jeugdformaat om het internetbankieren te regelen. De groepsbegeleiding van Jeugdformaat kan [minderjarige] vervolgens verder ondersteunen met dagelijkse adviezen.

Beoordeling

Rechtsmacht
Allereerst dient beoordeeld te worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het verzoekschrift van de Raad. Aangezien de moeder de Braziliaanse nationaliteit heeft en in Italië verblijft en de vader en [minderjarige] - die in Nederland verblijven - de Italiaanse nationaliteit hebben, heeft de zaak internationaalrechtelijke aspecten.
Op grond van artikel 8 van Pro de EG-Verordening 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel IIbis) is de rechtbank van de EU-lidstaat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, bevoegd in zaken betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid. De gewone verblijfplaats van [minderjarige] is gelegen in Nederland en dus heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.
Toepasselijk recht
Bij de bepaling van het toepasselijke recht voor een zaak die betrekking heeft op ouderlijke verantwoordelijkheid moet gekeken worden naar het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Op grond van artikel 15 lid 1 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 past de Nederlandse rechter, wanneer hij bevoegd is om over de zaak te oordelen, het Nederlandse recht toe.
Inhoudelijke beoordeling
Ingevolge artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als -in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige- de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De rechtbank overweegt dat haar uit het dossier en ter zitting gebleken is dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. Daartoe overweegt de rechtbank dat het in het belang van [minderjarige] wordt geacht dat zij de ontwikkelingstaken oppakt, die passend zijn bij haar leeftijd. Zij zou een bijbaan moeten kunnen zoeken en leren budgetteren en sparen. De gecertificeerde instelling heeft het belang van een bankrekening voldoende onderbouwd. Voor het openen van een bankrekening is echter toestemming nodig van de gezagdrager(s). Het is de kinderrechter gebleken dat de vader en de moeder geen toestemming willen geven voor het openen van een bankrekening, althans zij verlenen onvoldoende medewerking hieraan. De kinderrechter ziet aanleiding ambtshalve een bijzondere curator te benoemen, om [minderjarige] zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen. De vraag of de gecertificeerde instelling dit als belanghebbende kan verzoeken, kan hiermee in het midden blijven. Van de bijzondere curator wordt in dit verband verwacht dat zij [minderjarige] helpt bij het openen van een bankrekening en het installeren van internet-bankieren en dat zij hiertoe ook contact opneemt met [vertegenwoordiger van de GI] de jeugdbeschermer van [minderjarige] .
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator binnen
tien wekenschriftelijk verslag te doen aan de rechtbank, de verzoekster, de vader en de moeder.
De rechtbank zal in afwachting van dit verslag een beslissing op het verzoek aanhouden voor een periode van
twaalf weken.
Zo nodig zal de rechtbank na ontvangst van het schriftelijk verslag van de bijzondere curator een behandeling ter zitting plannen waarvoor de verzoekster, de vader, de moeder en de bijzondere curator zullen worden opgeroepen.
[minderjarige] zal dan mogelijk nogmaals door de rechtbank worden opgeroepen voor een gesprek.
Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator zijn taak heeft volbracht, zal de rechtbank zijn werkzaamheden voor deze procedure bij nadere beschikking als beëindigd beschouwen.

Beslissing

De rechtbank:
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige]
teneinde haar in en buiten rechte te vertegenwoordigen ter zake van het op naam van [minderjarige] openen van een bankrekening en het installeren van internet-bankieren:
mr. I.G.M. van Gorkum, gevestigd te Den Haag;
bepaalt dat de bijzondere curator binnen
tien wekenschriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank, aan verzoekster en aan de vader en de moeder;

bepaalt dat de verzoekster, de vader en de moeder:binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kan reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator, aan de verzoekster en aan de vader en de moeder te worden toegezonden;

houdt de behandeling van het verzoek in afwachting van het voorgaande
pro formaaan tot
16 juni 2021.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, bijgestaan door mr. D. van Amelsvoort als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2021.