Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de Eenmanszaak 1],
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft de vraag of de verzuimverzekering van een eenmanszaak, afgesloten door wijlen mevrouw A, na haar overlijden en de voortzetting van de activiteiten door haar zoon en erfgenaam, eiser, is blijven bestaan. De verzekering bood dekking voor loondoorbetaling bij ziekte van een werknemer, de heer de Klusjesman.
Na het overlijden van mevrouw A is de eenmanszaak ambtshalve uit het handelsregister geschrapt. De erfgenaam zette de activiteiten voort, maar onder een andere naam en rechtsvorm, waarbij de werknemer werd aangemeld bij een andere werkgever. De verzekeraar, De Goudse, stelde dat het verzekerbaar belang was vervallen en beëindigde de verzekering per datum doorhaling handelsregister.
De rechtbank oordeelde dat het verzekerd belang niet was blijven bestaan onder de oorspronkelijke eenmanszaak, mede gelet op de feitelijke overdracht van activiteiten en wijziging van werkgever. De vordering tot nakoming van de verzekering werd afgewezen. De verzekeraar kreeg in reconventie gelijk en de onverschuldigde betalingen werden verrekend. Proceskosten werden aan eiser opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de verzuimverzekering per 14 december 2016 van rechtswege is geëindigd wegens het ontbreken van verzekerbaar belang en wijst de vordering van eiser af.