ECLI:NL:RBDHA:2021:3688
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning humanitaire gronden
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op niet-tijdelijke humanitaire gronden, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij het primaire besluit van 15 juli 2019. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar bij besluit van 29 mei 2020, hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens de zitting van 11 december 2020, waarbij verzoekers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder. De rechter overweegt dat de meervoudige kamer van de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 13 april 2021, en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslecht.