Eiseres, een Iraakse nationaliteit houdende vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor een faciliterend visum voor toerisme in Nederland met een referent van Britse nationaliteit. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde dat de vliegticketreservering voldoende bewijs was dat zij de referent zou volgen en dat de voorwaarde van een hotelboeking onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet had aangetoond dat de referent daadwerkelijk gebruikmaakt van zijn recht op vrij verkeer binnen de EU. De overgelegde hotelreservering was geannuleerd en er was geen nieuw bewijs overgelegd. De vliegticketreservering bood geen inzicht in het verblijf gedurende vijftien dagen. Hierdoor kon eiseres niet als begunstigde van de Verblijfsrichtlijn worden aangemerkt.
Verder werd geoordeeld dat het afzien van het horen in bezwaar rechtmatig was, omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. De overige beroepsgronden werden niet behandeld wegens het ontbreken van een begunstigde status. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.