ECLI:NL:RBDHA:2021:3309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en homoseksualiteit
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, waarbij hij bekering tot het christendom en zijn homoseksuele geaardheid als nieuwe asielmotieven aanvoerde. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een vertrektermijn en inreisverbod op.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van de bekering en de homoseksualiteit van eiser in twijfel trok. De verklaringen van eiser waren inconsistent, oppervlakkig en niet concreet genoeg. Ook de overgelegde ondersteunende documenten, zoals een brief van een pastor en rapporten van LGBT Asylum Support, konden dit niet compenseren.
Verder werd vastgesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Iran een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade. Zijn vernietiging van reisdocumenten en het ontbreken van bijzondere omstandigheden maakten de afwijzing als kennelijk ongegrond gerechtvaardigd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.