ECLI:NL:RBDHA:2021:3145
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verantwoordelijkheid Duitsland voor asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank stelt vast dat eiser tijdens het aanmeldgehoor heeft verklaard dat hij in Duitsland een afwijzing op zijn asielaanvraag heeft ontvangen. Nederland heeft op basis hiervan een terugnameverzoek aan Duitsland gedaan, dat door Duitsland is geaccepteerd. Dit betekent dat Duitsland zichzelf verantwoordelijk acht voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat Duitsland niet verantwoordelijk is omdat hij geen beslissing op zijn asielaanvraag heeft ontvangen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft gegeven om dit te onderbouwen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen schendt of dat eiser geen opvang zal krijgen.
De rechtbank concludeert dat de Staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat Duitsland verantwoordelijk is en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.