ECLI:NL:RBDHA:2021:2919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onrechtmatig verblijf
Eiser, een Peruaanse nationaliteit dragende persoon, kreeg op 15 januari 2020 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van één jaar opgelegd wegens onrechtmatig verblijf in Nederland. Eiser betwistte dit besluit en stelde dat het inreisverbod disproportioneel is, omdat hij hier voor het eerst is aangetroffen, kort verblijft en het inreisverbod zijn verblijf in Spanje, waar hij familie en inkomen heeft, belemmert.
De rechtbank hield op 6 januari 2021 een zitting via Skype, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. Verweerder voerde gemotiveerd verweer en stelde dat het inreisverbod terecht is opgelegd. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om individuele omstandigheden aan te voeren, maar dat zijn argumenten onvoldoende waren onderbouwd.
Het feit dat eiser in Spanje verblijft en familie heeft, werd niet tijdens het gehoor toegelicht en is onvoldoende om af te zien van het inreisverbod of de duur ervan te verkorten. De rechtbank concludeerde dat het inreisverbod niet disproportioneel is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.