ECLI:NL:RBDHA:2021:2877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft op 14 april 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag. Nadat de Staatssecretaris alsnog op 12 juni 2020 een beslissing nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank constateert dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen vergoeding. Omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, heeft verzoeker recht op een vergoeding voor de gemaakte proceskosten.
De vergoeding wordt vastgesteld op een vast bedrag van € 267,-, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast omdat de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn en verzoeker professionele juridische hulp heeft ingeschakeld. Er zijn geen overige kosten vergoed.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier M. Bos en is openbaar gemaakt op 12 januari 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 267,- aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.