ECLI:NL:RBDHA:2021:2662
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunningaanvraag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 9 november 2020 niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig met de beroepszaak behandeld. Bij de uitspraak op het beroep, gedaan op 9 maart 2021, is een beslissing genomen waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de uitspraak op het beroep is gedaan en een voorlopige voorziening niet langer nodig is.