ECLI:NL:RBDHA:2021:2486
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen uitzettingsbesluit vreemdeling naar Duitsland en voorlopige voorziening toegewezen
Opposant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin zijn beroep tegen het uitzettingsbesluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft het verzet behandeld en geoordeeld dat de eerdere beslissing ten onrechte zonder zitting is genomen omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat opposant zich vrijwillig bij de Duitse autoriteiten had gemeld in het kader van de Dublinprocedure.
De rechtbank stelde vast dat het bezoek van opposant aan Duitsland om persoonlijke spullen op te halen niet automatisch betekent dat hij zich in het kader van zijn asielprocedure had gemeld bij de Duitse autoriteiten. Ook ontbraken aanwijzingen dat Duitsland zijn asielverzoek in behandeling had genomen. Dit leidde tot twijfel over de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit van 28 oktober 2020.
Daarom heeft de rechtbank het verzet gegrond verklaard, de eerdere buiten-zittinguitspraak vervallen verklaard en het onderzoek hervat. Tevens is een voorlopige voorziening toegewezen die voorkomt dat opposant wordt overgedragen aan Duitsland totdat op het beroep is beslist. De rechtbank zal binnen twee weken uitspraak doen op het beroep en de proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is onherroepelijk en geeft duidelijkheid over de procedurele rechten van de vreemdeling in het kader van Dublin-overdrachten en de beoordeling van vrijwillige terugkeer.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en een voorlopige voorziening toegewezen die overdracht aan Duitsland voorkomt totdat op het beroep is beslist.