ECLI:NL:RBDHA:2021:2311
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van afhankelijkheidsrelatie volgens arrest Chavez-Vilchez
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet, gebaseerd op het arrest Chavez-Vilchez, omdat hij bij zijn minderjarige Nederlandse kinderen wil verblijven.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet is gebleken dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat de kinderen gedwongen zouden zijn de EU te verlaten als aan eiser geen verblijfsrecht wordt toegekend. Tevens stelde de staatssecretaris dat eiser nog over een Spaanse verblijfsvergunning beschikt.
Eiser stelde dat zijn Spaanse verblijfsvergunning was verlopen en dat hij afstand had gedaan van zijn verblijfsrecht, en voerde aan dat hij wel degelijk een afhankelijkheidsrelatie heeft vanwege zijn zorgtaken. Ook stelde hij dat hij ten onrechte niet is gehoord.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn Spaanse verblijfsrecht is vervallen, ondanks het verlopen van het document en de verklaring bij de Spaanse ambassade. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat in de vergelijkbare zaak wel een officiële verklaring van de Spaanse autoriteiten was overgelegd.
De rechtbank vond dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het horen achterwege mocht blijven gezien de geringe kans op een ander besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsrecht is ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn Spaanse verblijfsrecht is vervallen.