Eiser, een Bengalese asielzoeker, diende op 25 maart 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 17 december 2019 af en corrigeerde dit besluit op 18 december 2019 vanwege het gebruikte tolksysteem. Eiser voerde onder meer aan dat hij niet door een registertolk in zijn moedertaal Bangla was gehoord, maar door een Hindi-tolk, wat communicatieproblemen veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de beschikbaarheid van een registertolk Hindi deugdelijk had gemotiveerd en dat eiser tijdens de hoorzittingen geen problemen met de tolk had gemeld. De rechtbank vond dat verweerder terecht aannam dat eiser Hindi voldoende verstond. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser vaag en inconsistent had verklaard over de aanval op een BNP-vergadering en de gevolgen daarvan, en dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van het asielrelaas had betwijfeld.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan naar de politieke situatie in Bangladesh en de documenten die eiser had overgelegd, en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer vervolging of onmenselijke behandeling te vrezen had. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.