ECLI:NL:RBDHA:2021:2122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken duurzame exclusieve relatie
Eiseres, met de Iraakse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, aangevraagd door haar verloofde, de referent die een asielvergunning heeft. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat eiseres niet door de referent was genoemd tijdens diens eerste en tweede asielprocedure. Na bezwaar werd dit standpunt deels herzien, maar bleef de conclusie dat niet is aangetoond dat er sprake was van een duurzame en exclusieve relatie vóór de komst van de referent naar Nederland.
Eiseres stelde dat verweerder ten onrechte de relatie onvoldoende had erkend en dat zij had moeten worden gehoord in bezwaar. Ter onderbouwing overlegde zij een huwelijksakte en verklaringen van haar zussen. De rechtbank oordeelde dat de relatie niet aannemelijk was gemaakt, mede omdat de referent de relatie niet eerder had genoemd en zijn verklaringen onvoldoende waren om een duurzame exclusieve relatie vast te stellen.
De rechtbank ging niet in op de huwelijksakte en de vertaling van de ID-kaart omdat deze documenten niet relevant waren voor het peilmoment van binnenkomst van de referent. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht kon afzien van het horen in bezwaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een duurzame en exclusieve relatie.