ECLI:NL:RBDHA:2021:2017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning regulier wegens beëindigd verblijf bij partner en gezinsleven niet beschermd onder artikel 8 EVRM
Eiser had een verblijfsvergunning regulier onder de beperking verblijf bij partner, geldig tot maart 2021. Na melding dat hij niet meer op hetzelfde adres woont als zijn partner en kinderen, heeft de Staatssecretaris de vergunning ingetrokken met ingang van december 2018. Eiser bracht bezwaar in en stelde dat zijn gezinsleven met zijn kinderen bescherming verdient onder artikel 8 EVRM Pro, verwijzend naar het arrest Berrehab.
De rechtbank stelt vast dat de intrekking een inmenging vormt in het familieleven, maar dat deze gerechtvaardigd is. De belangenafweging leidt tot een nadelig oordeel voor eiser, mede omdat hij kort in Nederland verbleef, geen beroep doet op de openbare kas en er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Marokko voort te zetten. De situatie wijkt wezenlijk af van Berrehab omdat daar geen mogelijkheid tot gezinsleven in het land van herkomst bestond.
De rechtbank oordeelt dat de werkinstructie van de Staatssecretaris niet strijdig is met Berrehab en dat eiser onvoldoende uitzonderlijke omstandigheden heeft aangetoond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.