ECLI:NL:RBDHA:2021:1877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2013 en 2014. De aanslagen waren opgelegd in juni 2017, waarna eiser op 5 juli 2017 een brief stuurde die niet expliciet als bezwaar tegen deze aanslagen kon worden beschouwd. Pas op 2 oktober 2017 diende eiser een expliciet bezwaarschrift in, dat echter buiten de wettelijke termijn viel.
De inspecteur verklaarde het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk en kwalificeerde het als een verzoek om ambtshalve vermindering, dat werd afgewezen. Eiser maakte geen gebruik van het rechtsmiddel tegen deze afwijzing. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard omdat de termijn van zes weken was verstreken en geen verschoonbare reden voor overschrijding was gegeven.
De rechtbank bevestigde dat de brief van 5 juli 2017 niet als bezwaarschrift kon worden aangemerkt omdat deze geen betrekking had op de navorderingsaanslagen maar op aanmaningen voor een ander belastingjaar. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de navorderingsaanslagen is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.