ECLI:NL:RBDHA:2021:1874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking asielbesluit en niet-samenhangende procedures
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk te verklaren. Nadat het bestreden besluit op 10 februari 2021 werd ingetrokken en een proceskostenvergoeding van €525 werd aangeboden, trok eiser het beroep in en verzocht om een hogere vergoeding van €1050.
De rechtbank oordeelt dat het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening geen samenhangende zaken zijn, omdat het beroep zich richt tegen de afwijzing van de asielaanvraag, terwijl het verzoek tot voorlopige voorziening beoogt de behandeling van het beroep in Nederland af te wachten. Hierdoor heeft eiser recht op vergoeding van proceskosten voor beide procedures.
De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €534 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt. Verzet tegen deze uitspraak kan binnen zes weken worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €534 aan proceskosten aan eiser.