ECLI:NL:RBDHA:2021:1856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf adoptiekind wegens onvoldoende hoorplicht
Eiser, een staatloos kind geboren in Bethlehem, wordt sinds 2011 als pleegkind verzorgd door referent en diens echtgenote, beiden Nederlandse staatsburgers die sinds 2010 in Palestijns gebied verbleven. Referent keerde in 2016 terug naar Nederland, terwijl eiser en diens pleegmoeder in Palestijns gebied en Jordanië verbleven. Eiser vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan met als doel verblijf als adoptiekind, maar verweerder wees dit af omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden van artikel 3.27 Vreemdelingenbesluit 2000, onder meer vanwege het ontbreken van een erkende adoptie en instemming van Palestijnse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte niet heeft gehoord over het gezinsleven en de belemmeringen om dit elders uit te oefenen, terwijl er wel sprake is van een feitelijk gezinsleven. Verweerder had de bezwaren van eiser niet als kennelijk ongegrond mogen beschouwen en had een hoorzitting moeten houden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
De rechtbank beveelt een nadere beoordeling van het gezinsleven en de omstandigheden rond het vertrek van referent naar Nederland, en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand. Verweerder moet een nieuw besluit nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.