Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de zitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen dagvaarding 1 en dagvaarding 3
- de bekennende verklaring door de verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris op 26 oktober 2020 en de verklaring van de verdachte ter zitting van 11 februari 2021;
- de aangifte van [aangever 2] , d.d. 3 oktober 2020, opgenomen in het proces-verbaal PL1500-2020298227-3 (p. 106-109);
- de verklaring van [getuige] , d.d. 5 december 2020, opgenomen in het vervolg
- de aangifte van [aangever 3] d.d. 29 augustus 2019, opgenomen in het proces-verbaal PL2300-2019136007-1, met bijlagen (p. 3-10);
- een geschrift, te weten het rapport van het NFI d.d. 4 oktober 2019 (p. 20-23).
4.Bewijsoverwegingen dagvaarding 2
5.De bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
7.De straf en/of maatregel
Vanuit de risicotaxatie komen daarbij diverse factoren naar voren die van belang zijn voor het algemene recidiverisico. Het chronisch aanwezige instellingsverleden, het niet hebben van een pro sociaal netwerk, ouder-kindrelatieprobleem en scholingsproblemen
kunnen als risicofactoren worden beschouwd, met hieruit voortvloeiende stress en conflicten. Het zich recent onttrekken aan de voorwaarden van de GBM is in het bijzonder van negatieve invloed op het verkleinen van de recidivekans. Beschermende factoren zijn feitelijk niet aanwezig.
De deskundige is van mening dat het persoonsbeeld van de verdachte zo gekenmerkt wordt door een uitvergroting van adolescente problematiek, dat vanuit gedragsdeskundig perspectief beoordeling en begeleiding binnen het jeugdstrafrecht van toepassing zou moeten zijn.
De deskundige was al van mening dat de verdachte zich verder zou moeten ontwikkelen in een gestructureerd en begrensd leefklimaat. In zijn voorgeschiedenis is immers al langer sprake van gedragsproblemen en er werden, wat betreft begrenzing, hulp en begeleiding, al diverse modaliteiten over een langere periode ingezet. Gedurende de afgelopen jaren bleef het gedrag van de verdachte evenwel problematisch, zijn sociaal maatschappelijke, morele en schoolse ontwikkeling stagneerden volledig en binnen de recent opgelegde GBM recidiveerde de verdachte, bij bewezenverklaring.
Met de PIJ-weging lijst is nagegaan of een al dan niet voorwaardelijke PIJ-maatregel in het belang zou kunnen zijn van een gunstige ontwikkeling van de verdachte. Alle criteria van de PIJ-wegingslijst wijzen nu in de richting van de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel als kader (noodzakelijk ter beïnvloeding van het antisociale gedrag, ter vermindering van het recidiverisico, om behandelmogelijkheden te bieden en de noodzaak van een gedwongen kader), omdat er na de GBM en bij bewezenverklaring geen alternatieven meer bestaan en een instelling met een hoog beveiligingsniveau geïndiceerd is. Gelet op dit alles adviseert mevrouw Broekman de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen.
.Een gedwongen kader lijkt dan ook de enige resterende mogelijkheid om behandeling vorm te geven en de recidivekans op soortgelijke feiten te verminderen.
8.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
mevrouw [aangever 2]een bedrag van
€ 1.000,00toewijzen en ten aanzien van
de heer [getuige]een bedrag van
€ 500,00.
de gevorderde wettelijke rente ten laste van de verdachte toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 oktober 2020 is ontstaan.
verplichting op aan de Staat betalen.
€ 1.000,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 oktober 2020 tot aan de dag waarop deze vordering is betaald, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[aangever 2]en dat de verdachte verplicht is een bedrag van
€ 500,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 oktober 2020 tot aan de dag waarop deze vordering is betaald, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[getuige].
gijzelingbepalen op
0 dagenals de verdachte niet voldoet aan zijn betalingsverplichting.
[naam snackbar 2] niet-ontvankelijk verklarenin de vordering. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
[aangever 2]gedeeltelijk toe voor het bedrag van
€ 1.000,00aan de Staat te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 3 oktober 2020 tot de dag waarop het bedrag is betaald, voor het slachtoffer
[aangever 2];
0 dagenals de verdachte niet voldoet aan zijn betalingsverplichting;
[getuige]gedeeltelijk toe voor het bedrag van
€ 500,00aan de Staat te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 3 oktober 2020 tot de dag waarop het bedrag is betaald, voor het slachtoffer
[getuige];
0 dagenals de verdachte niet voldoet aan zijn betalingsverplichting;
[naam snackbar 2] niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding en deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
af.
,
dietoebehoorde aan [aangever 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.