ECLI:NL:RBDHA:2021:17122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late betaling griffierecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maar betaalde het griffierecht van €181,- niet tijdig. De rechtbank heeft eiser op 26 augustus 2021 per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Eiser heeft geen geldige reden opgegeven voor de late betaling en de rechtbank ontving het griffierecht niet op tijd.
Op grond van artikel 8:41 Awb Pro is tijdige betaling van griffierecht een vereiste voor ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank is daardoor niet bevoegd het beroep inhoudelijk te behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk conform artikel 8:54 Awb Pro. Omdat eiser het griffierecht uiteindelijk wel heeft betaald, zal het bedrag aan hem worden terugbetaald.
De rechtbank heeft geen proceskosten toegekend aan eiser omdat hij geen gelijk kreeg. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier N. Dayerizadeh op 14 december 2021. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht, dat zal worden terugbetaald.