ECLI:NL:RBDHA:2021:17120
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning Working Holiday Scheme en opleggen terugkeerbesluit bevestigd
Eiseres, een Australische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met als doel uitwisseling in het kader van het Working Holiday Scheme. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden. Eiseres stelde dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat zij op advies van de overheid de aanvraag had ingediend en dat het opleggen van het terugkeerbesluit onevenredig was.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet aan de voorwaarden voldeed en dat het niet relevant was dat zij anders had kunnen handelen. De stelling van een schending van het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat er geen toezeggingen waren gedaan waaruit eiseres redelijkerwijs mocht afleiden dat de vergunning zou worden verleend.
Ook het beroep tegen het terugkeerbesluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit terecht was opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet en dat eiseres onvoldoende concreet had gemaakt dat de gevolgen daarvan onevenredig waren. Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.