ECLI:NL:RBDHA:2021:17067
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ongeloofwaardige risico’s bij terugkeer naar Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende jongere, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen. Hij stelde dat hij bij terugkeer naar Irak een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege de onveilige situatie door bomaanslagen en de dreiging van rekrutering door milities.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder aanwezigheid van partijen. Zij oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt zoals bedoeld in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verwees naar het ambtsbericht Irak 2019 waaruit blijkt dat het geweld niet zodanig wijdverspreid is dat iedere burger een reëel risico loopt.
Ook het risico op rekrutering door milities werd door eiser onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat eiser geen proceskosten hoeft te ontvangen en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Irak.