ECLI:NL:RBDHA:2021:17045

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2021
Publicatiedatum
2 september 2022
Zaaknummer
NL21.19486
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a Vreemdelingenwet 2000Art. 5.1b VreemdelingenbesluitDublinverordening
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet

Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd door verweerder de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was gebaseerd op concrete aanknopingspunten voor een overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken.

Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat deze uitsluitend was opgelegd vanwege zijn eerdere weigering een PCR-test te ondergaan. Hij was nu bereid tot medewerking en vond dat een meldplicht volstond. De rechtbank oordeelde echter dat de maatregel niet alleen was opgelegd vanwege de PCR-testweigering, maar ook omdat eiser twee keer met onbekende bestemming was vertrokken en zich niet aan de meldplicht had gehouden.

De rechtbank concludeerde dat de gronden voor bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren en dat het risico op ontduiking aanwezig bleef. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19486
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. G. Palanciyan), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Hopman).

Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 20 december 2021 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. A.D. Kupelian, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw C. Haanstra. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1988]. Vast staat dat Zwitserland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling vaneisers asielaanvraag.
3. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser geen beroepsgronden heeft gericht tegen de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd. De zware gronden 3a en 3b zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd in de maatregelvan bewaring. Deze gronden zijn voldoende om de maatregel van bewaring te dragen.
5. Namens eiser is aangevoerd dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is omdat deze uitsluitend is opgelegd omdat eiser eerder heeft geweigerd een PCR-test te doen. Eiser is nu wel bereid om een PCR-test te doen en daarom had kunnen worden volstaan met het opleggen van een meldplicht.
6. De rechtbank overweegt als volgt. Anders dan eiser heeft gesteld, is de maatregel van bewaring niet alleen opgelegd omdat eiser eerder een PCR-test heeft geweigerd. Uit de maatregel van bewaring blijkt namelijk dat eiser twee keer eerder met onbekende bestemming is vertrokken en zich niet aan de opgelegde meldplicht heeft gehouden. Gelet hierop acht de rechtbank het risico aanwezig dat eiser zich (opnieuw) aan het toezicht op vreemdelingen zal onttrekken als hem nu een meldplicht zou worden opgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.
7. Misschien ten overvloede overweegt de rechtbank dat het ondergaan van een PCR- test valt onder de zogenoemde medewerkingsplicht.1
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Vergelijk onder meer de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats d.d. 7 september 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4358
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2021 door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
23 december 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Mr. J.G. Nicholson M.A.W.M. Engels
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking
van dit proces-verbaal.