Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 16 november 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde bodemzaak op 6 december 2021. Na uitspraak in de bodemzaak op 16 december 2021 achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Desondanks veroordeelde de voorzieningenrechter de Staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De kosten voor het verschijnen ter zitting werden reeds in de bodemzaak vergoed.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier A. Vranken op 16 december 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 748,-.