ECLI:NL:RBDHA:2021:17033

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2021
Publicatiedatum
2 september 2022
Zaaknummer
NL21.18933
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 30a Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag in verlengde procedure

Verzoekster diende een opvolgende asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij geen nieuwe elementen aanvoerde. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat onverwijlde spoed een voorlopige voorziening rechtvaardigt omdat verzoekster belang heeft bij het afwachten van de uitspraak in Nederland.

Het beroep werd doorverwezen naar de meervoudige kamer, waardoor de rechtbank niet binnen afzienbare tijd uitspraak kan doen. De voorzieningenrechter vond het belang van verzoekster zwaarder wegen dan het belang van de Staatssecretaris bij handhaving van het besluit.

Daarom werd het bestreden besluit geschorst en werd bepaald dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat op het beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.18933
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.W. Eikelboom), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het beroep is op 15 december 2021 doorverwezen naar de meervoudige kamer.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De opvolgende asielaanvraag van verzoekster is afgewezen als niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De reden hiervoor is dat verzoekster een opvolgende asielaanvraag heeft ingediend waaraan door haar geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag zijn gelegd of waarin geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
3. Omdat het beroep is doorverwezen naar de meervoudige kamer, kan de rechtbank niet binnen afzienbare tijd uitspraak doen op het beroep. Verzoekster heeft er belang bij om de uitkomst van het beroep in Nederland te kunnen afwachten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit belang van verzoekster zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij
onverkorte handhaving van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat is beslist op het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
16 december 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. G.P. Loman E. Kersten
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.