ECLI:NL:RBDHA:2021:17026
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende binding en middelen
Eiseres, woonachtig in de Dominicaanse Republiek, vroeg een visum kort verblijf aan om haar in Nederland wonende echtgenoot te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende aantoonde, evenals onvoldoende sociale en economische binding met haar land van herkomst en onvoldoende middelen van bestaan.
De rechtbank oordeelde dat het doel van het verblijf duidelijk was, maar dat de sociale en economische binding onvoldoende was aangetoond. De stukken die dit zouden onderbouwen, zoals een geboortecertificaat, werkgeversverklaring en huurcontract, waren pas tijdens de beroepsprocedure ingebracht en konden daarom niet worden meegewogen.
Ook toonde eiseres niet aan zelfstandig over voldoende middelen te beschikken. De financiële ondersteuning door haar echtgenoot was onvoldoende onderbouwd, mede omdat diens arbeidsovereenkomst was verlopen en het inkomen lager was dan de minimumnorm. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de hoorplicht werd eveneens verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende binding en middelen.